Beschrijf de WKW voor de locatie en doe een veldcheck

De WKW (wezenlijke kenmerken en waarden ) van het NNN in Noord-Holland bestaan uit de aanwezige actuele en potentiële natuurwaarden waarvoor de provincie op internationaal, nationaal of regionaal niveau een grote verantwoordelijkheid draagt, inclusief alle noodzakelijke abiotische en ruimtelijke condities voor deze natuurwaarden. Daarbij wordt waar nodig rekening gehouden met het huidige gebruik. Om de beschrijvingen actueel te houden kunnen ze jaarlijks worden aangepast.

Voor de deelgebieden in het NNN en natuurverbindingen zijn de WKW beschreven in bijlage 5 van de viewer van de omgevingsverordening (in de viewer onder ‘legenda’ en ‘wezenlijke kenmerken en waarden’ van resp. Natuurverbindingen en Natuurnetwerk Nederland, zie ook de handleiding omgevingsverordening NH2020 bij stap 1. Oriëntatie).
De WKW’s bevatten een algemene beschrijving van het natuurgebied. Daarom is een veldcheck ter plaatse van de geplande ontwikkeling heel erg nuttig om te achterhalen wat er zich specifiek op die locatie bevindt.

NNN natuur

Is er per saldo sprake van (significante) aantasting?

Vermindering van het oppervlak of de samenhang van het NNN is in geen enkel geval toegestaan. Significante aantasting van de WKW is ook niet toegestaan.

Er bestaat geen algemene regel voor wanneer er sprake is van significante aantasting. Zowel de aard en omvang van de activiteit, als de natuurwaarden ter plekke, zijn daarvoor van belang. Op grond daarvan is het aan een expert (ecologisch adviesbureau) om te onderbouwen of al dan niet sprake is van significante aantasting. Het kan bijvoorbeeld gaan om aantasting van het leefgebied, van de voor het gebied kenmerkende soorten, door toename van verstoring (geluid, licht), of van de kwaliteit van kenmerkende abiotische factoren zoals de bodem (bv. extra bemesting) of de watercondities (waterpeil, verzilting/ verzoeting). In de toelichting van de omgevingsverordening worden voor het betreffende artikel 6.43 enkele initiatieven opgesomd die significante gevolgen kunnen hebben op de WKW.

Met per saldo wordt bedoeld dat een op zichzelf aantastende activiteit onderdeel uitmaakt van een integraal project, dat mede is gericht op de ontwikkeling van natuur, waardoor het project als geheel netto niet tot (significante) aantasting leidt.

Nee, er is geen sprake van significante aantasting

Een ontwikkeling kan alleen mogelijk worden gemaakt als uit een concreet plan (salderingsplan) blijkt dat aan de drie genoemde voorwaarden van artikel 6.43 lid 6b van de omgevingsverordening wordt voldaan:

  • De aantasting van de WKW en de samenhang van het NNN moet ‘beperkt’ zijn,
  • het oppervlak óf (bij voorkeur) de WKW van het NNN moet netto verbeteren en
  • het oppervlak van het NNN moet ten minste gelijk blijven.

De provincie en de initiatiefnemer sluiten daarover een overeenkomst af (de salderingsovereenkomst). De activiteit kan - voor wat de bescherming van het NNN betreft - doorgang vinden en in het ruimtelijk plan (bestemmingsplan of omgevingsplan) worden opgenomen. In het ruimtelijk plan worden zowel het salderingsplan (in de regels) en de salderingsovereenkomst (in de bijlage) opgenomen.

In dit proces is de gemeente het aanspreekpunt voor de initiatiefnemer. Via het vooroverleg stemt de gemeente de plannen af met de provincie en wordt besproken of het plan aan de voorwaarden voldoet. Het indienen van nieuwe ruimtelijke plannen of activiteiten gebeurt door de gemeente via het Loket Indienen Ruimtelijke Plannen (sector Ruimtelijke Ordening, Provincie Noord-Holland). Voor vragen hieromtrent kunt u mailen naar RO-info@noord-holland.nl.
 

Salderingsplan

De initiatiefnemer moet een ecologisch rapport laten opstellen waaruit blijkt of en hoe het oppervlak NNN en de samenhang bij uitvoering van de totale activiteit(en) niet achteruitgaan. Ook wordt hierbij duidelijk gemaakt of en hoe de versterking van de WKW van het NNN zal plaatsvinden.
Als is vastgesteld dat de nieuwe activiteit voldoet aan de voorwaarden (artikel 6.43 lid 6b van de omgevingsverordening) is het essentieel dat die conclusie en de onderbouwing ervan goed wordt vastgelegd in een salderingsplan.

Een salderingsplan bevat tenminste:

  • een beschrijving van het plan met adres en de gemeente (en indien nodig kavelnummer(s).
  • De planlocatie aangegeven d.m.v. een duidelijke overzichtskaart (bijvoorbeeld vanuit Google Maps), huidige en nieuwe situatie in relatie tot het NNN gebied.
  • Het oppervlak (m2) NNN dat wordt aangetast (huidig ambitietype, wezenlijke kenmerken en waarden, eigendomssituatie en status van de locatie (gerealiseerd NNN of niet?) aangegeven op duidelijke overzichtskaart(en).
  • Het oppervlak (m2) van de vervangende NNN locatie oftewel salderingslokatie (huidig ambitietype, wezenlijke kenmerken en waarden, eigendomssituatie en status van de locatie (gerealiseerd NNN of niet?), aangegeven op duidelijke overzichtskaart(en).
  • Onderbouwing borging van waarden (wezenlijke kenmerken en waarden, inclusief potenties), samenhang en oppervlak (zoals hieronder weergegeven) op oude en nieuwe locatie.
  • Planologische borging van de nieuwe situatie.
  • Hoe is inrichting en ontwikkelingsbeheer geregeld voor de nieuwe locatie? Welke afspraken zijn hierover gemaakt, wie wordt de beheerder en welke inrichting maatregelen zijn nodig, en zo ja, wanneer worden die uitgevoerd?
  • Bijlage met het ecologisch onderzoek waarin wordt ingegaan op de WKW’s (zie stap 2. Ecologisch onderzoek).
  • Bijlage met de salderingsovereenkomst waarin de afspraken tussen de initiatiefnemer en de provincie zijn vastgelegd.

Salderingsovereenkomst

Als blijkt dat het plan aan de drie genoemde voorwaarden (artikel 6.43 lid 6b van de omgevingsverordening) voldoet kunnen provincie en de initiatiefnemer daarover een overeenkomst afsluiten: de salderingsovereenkomst. Een format voor een salderingsovereenkomst is op te vragen bij de provincie.

De contactpersoon van de provincie Noord-Holland voor het Natuurnetwerk Nederland is Rachel van Weissenbruch, beleidsadviseur NNN sector Groen (weissenbrucr@noord-holland.nl).


 

Ja, er is wel sprake van significante aantasting

Als er per saldo wél sprake van significante aantasting is, is vervolgens de vraag of de activiteit alsnog in het ruimtelijk plan kan worden opgenomen. Dit kan als er sprake is van

  • Groot openbaar belang en geen reële alternatieven (het ‘nee-tenzij’-beginsel).
  • Een kleinschalige ontwikkeling.

Allereerst vind de check plaats: Is er sprake van groot openbaar belang en geen reële alternatieven?

...

Is er sprake van groot openbaar belang en is er geen reëel alternatief?

Een activiteit valt alleen onder het ‘nee-tenzij’ beginsel als sprake is van een groot openbaar belang en er geen reële alternatieven beschikbaar zijn.

Groot openbaar belang

Van groot openbaar belang is in de praktijk vaak alleen sprake bij grote overheids- (gerelateerde) activiteiten. Individuen en afzonderlijke bedrijven hebben meestal een privaat belang. Er zijn echter geen vaste maatstaven voor wat wel en niet van groot openbaar belang is. Volgens de toelichting bij artikel 6.43 van de omgevingsverordening vallen hier in elk geval onder: veiligheid, hoofdinfrastructuur, drinkwatervoorziening, de plaatsing van installaties voor de opwekking van elektriciteit met behulp van windenergie of van installaties voor de opsporing, winning, opslag of het transport van olie en aardgas.

Geen reële alternatieven

Onderbouwd moet worden dat er geen reële alternatieven zijn voor de activiteit, die minder of geen negatieve effecten hebben voor de WKW, oppervlak en samenhang van het NNN. Hulpvragen kunnen zijn:

  • Is een andere invulling van de activiteit mogelijk, die geen (significante) effecten met zich meebrengt?
  • Zijn er andere locaties mogelijk (ook buiten de regio of buiten de landsgrenzen)?
  • Zijn er andere oplossingen mogelijk waarmee het doel van de activiteit te bereiken is?
  • Wat zijn de gevolgen als de activiteit helemaal niet gerealiseerd kan worden (de nuloptie)?

Nee, er is geen sprake van groot openbaar belang of er zijn geen reële alternatieven aanwezig

Indien er geen sprake is van groot openbaar belang of geen reële alternatieven kan het plan geen doorgang vinden via het ‘nee-tenzij’ beginsel. Er kan in de volgende stap worden nagegaan of er misschien sprake is van een kleinschalige ontwikkeling.

Ja, er is sprake van groot openbaar belang en is er geen reëel alternatief

Als sprake is van een activiteit van groot openbaar belang waarvoor geen reële alternatieven  voorhanden zijn, dan kan het plan doorgang vinden onder bepaalde voorwaarden. Er dient een plan gemaakt te worden waarin beschreven wordt:

  1. hoe de effecten zullen worden beperkt: Mitigatie
  2. en hoe de resterende effecten worden gecompenseerd: Compensatie

Mitigatie

Dit kan zowel door het minimaliseren van de ruimtelijke impact van de activiteit als door een betere inpassing daarvan. Voorbeelden zijn:

  • de oppervlakte ‘natuur’ in een project vergroten (bijvoorbeeld een tuin of verharding omzetten in natuurterrein);
  • het verstorend effect van verlichting en geluid op de natuuromgeving beperken door het aanbrengen van bepaalde voorzieningen;
  • een verstoring verplaatsen naar de rand van het NNN;
  • een verstoring meer concentreren;
  • de betreding van een gebied door mensen sturen, zodat waardevolle delen ontzien worden.

Compensatie

Als na de mitigatie nog steeds (significante) effecten optreden, dan dienen deze effecten te worden gecompenseerd. Ga hiervoor naar het onderdeel Compensatie.

...

Betreft het een kleinschalige ontwikkeling?

Indien er geen sprake is van groot openbaar belang en geen reële alternatieven wordt er in deze stap nagegaan of er misschien sprake is van een kleinschalige ontwikkeling. Wat een ‘kleinschalige ontwikkeling is’, is gedefinieerd in bijlage 1 van de omgevingsverordening. Uit de jurisprudentie blijkt dat het moet gaan om de bouw van maximaal 11 woningen of een andere stedelijke ontwikkeling van maximaal 500 m2 bruto vloeroppervlak.

NNN natuur

Ja, er is sprake van een kleinschalige ontwikkeling

Voor een kleinschalige ontwikkeling in het NNN, waarbij er slechts sprake is van een beperkte aantasting van de WKW en de samenhang van het NNN, kunt u de provincie verzoeken de begrenzing van het NNN te wijzigen. Daarbij gelden volgens artikel 6.43 lid 6b van de omgevingsverordening de volgende voorwaarden:

  • De aantasting van de WKW en de samenhang van het NNN moet ‘beperkt’ zijn,
  • het oppervlak óf (bij voorkeur) de WKW van het NNN moet netto verbeteren en
  • het oppervlak van het NNN moet ten minste gelijk blijven.

Als aan alle drie de voorwaarden kan worden voldaan kunt u een verzoek tot het wijzigen van de begrenzing van het NNN indienen bij de provincie. Gedeputeerde Staten neemt uw verzoek in behandeling en beoordeelt tweemaal per jaar of er aan uw verzoek kan worden meegewerkt. U kunt uw verzoek tot herbegrenzing of eventuele vragen hierover indienen bij het Regiebureau NNN.

Nee, er is geen sprake van een kleinschalige ontwikkeling

De activiteit / ontwikkeling voldoet niet aan de gestelde regels in de provinciale omgevingsverordening en kan daarom niet doorgaan.

NNN natuur